Een tijdje geleden ging ik naar Breda voor een afspraak met een vriendin.

Ik moest overstappen in Berchem en toen ik, na iets gekocht te hebben voor onderweg, opnieuw richting de perrons ging, werd ik aangesproken door een dame die in het midden van het station stond.

“Kan jij me helpen?”

Ik had nog voldoende tijd en iets in haar stem en intonatie vertelde me dat ze mijn hulp waarschijnlijk wel kon gebruiken.

Ik bleef dus staan en zei ja.

Ze vertelde me dat ze naar Rotterdam moest en vroeg of de trein wel degelijk vertrok van platform 10. Ik bevestigde dit en vertelde dat ik dezelfde trein zou nemen. “Oh, kan jij dan tegen de treinconducteur zeggen dat ik dicht bij het toilet moet zitten?”

Terwijl we ons naar het perron begaven, bleef ze vanalles vertellen. Dat ze Linda* heette (“En jij?”), dat ze naar Rotterdam ging, dat het maandag haar verjaardag was…

Na elke mededeling wachtte ze even, zodat ik ook de kans kreeg om iets te zeggen, mocht ik dat willen. Daarna ging ze gewoon verder.

Toen we bij de trap naar het perron aankwamen, zei ze: “Kan jij mijn koffer naar boven dragen?” 

De roltrap werkte niet. Ik stemde in. Ik weet nog dat ik een beetje verbaasd was.

Op het perron gekomen, hadden we nog een tiental minuten. Ze vertelde rustig verder.

Ze was die morgen vertrokken aan de kust, treinen waren haar passie, ze had een aantal jaren geleden kanker gehad (en daarom moest ze dicht bij een toilet zitten), en nog veel meer…

Ik hoefde niet veel te zeggen. Gewoon af en toen knikken, hier en daar een woord.

Af en toe stelde ze me een vraag: “waar ga jij naartoe?” Gevolgd door “ah, ja, dat heb je al gezegd…”

Ze stopte me een flesje water in de hand: “zit die dop er wel goed op?” Waarna het flesje terug in haar tas ging.

De trein arriveerde. Ik hees de zware koffer op de trein en daar gingen we: op zoek naar een plaats, dicht bij een toilet.

Het was een Nederlandse trein, wat maakt dat de indeling me minder bekend is. We moesten een aantal wagons doorkruisen en op een bepaald moment kon ik niet zien of we ons in 1ste of 2de klas bevonden. Ik vroeg het aan een dame die vlak bij de deur zat. Ze begreep me niet meteen want ze sprak Engels. Het was 2de klas.

Van zodra Linda in de wagon kwam, zei ze ‘ik wil daar zitten’ en ze wees naar de plaats van de Engelstalige dame. Toen ze het wou vragen, onderbrak ik haar meteen (ook al omdat ik wist dat ze geen Nederlands sprak) en zei ik tegen Linda dat ze toch ook op een andere plaats kon zitten…

“Maar ik wil niet achteruit rijden”, protesteerde ze.

Ik zei dat er nog veel andere plaatsen waren. En gebaarde dat ze verder moest lopen.

We vonden een plaatsje: ik schoof haar koffer tussen de zetel zodat zij er naast kon gaan zitten.

Zelf ging ik een rij verder zitten, tegen de richting in.

Toen we de eerste keer stopten, vroeg ze aan de persoon die aan de andere kant van de gang zat, waar we waren. Opnieuw sprak die geen Nederlands. (Tja, het is een vrij internationale lijn…). 

Ze gaf niet op. 

“Ik ga naar Rotterdam”. De man schudde maar wat met het hoofd.

“Ik heet Linda. En jij?”. Hij bleef haar glimlachend aankijken.

Ze herhaalde het nog eens, misschien wees ze wel naar zichzelf (kon ik niet zien). Hij begreep het en gaf ook zijn naam.

Ze vertelde nog wat verder, maar het gesprek doofde spoedig uit.

Nog een beetje later nam ze het flesje water uit haar tas en ze vroeg aan nog iemand anders: “Kan jij me helpen om dit open te doen?”. Die deed dat graag.

De conducteur kwam langs en ze vertelde hem dat ze naar Rotterdam ging. En dat ze in de buurt van een toilet moest zitten.

Ik arriveerde in Breda. Ik groette haar, wenste haar een prettig weekend en zei dat het volgende station voor haar was. Ze leek me al een beetje vergeten te zijn.

Ik stapte af. Zocht en vond mijn vriendin en… we begonnen al snel bij te praten.

Maar … Linda bleef toch een beetje door mijn hoofd spoken.

In de namiddag begon ik er terug over: “Ik weet niet waarom maar… ze heeft me op de een of andere manier getriggerd.” En na wat heen en weer gepraat besefte ik dat ik misschien wel wat jaloers was op Linda… en dat ik (en vele anderen) wel wat van haar kon leren…

Ik… de assertiviteitstrainer…

Les 1: Vragen wat je nodig hebt

Bv. Kan je je helpen met de koffer? Of met het waterflesje?

Doe ik dat altijd? Nee… Vaak vind ik dat ik het (eerst) zelf moet proberen.

Les 2: Vragen wat je graag zou hebben

Bv. Ik wil op die plaats zitten (van de Engelstalige dame).

Wat?! Die dame zat daar toch al?! Doe niet zo moeilijk! Pas je aan!

Misschien was die vrouw helemaal niet zo gehecht aan haar plaats… Misschien wou die gerust ergens anders gaan zitten. Misschien hoefde ik haar helemaal niet te ‘beschermen’: ze kon zelf toch ja of neen zeggen? Waarom moest ik dit allemaal ‘invullen’ voor haar?

Les 3: Vragen staat vrij.

Hiermee bedoel ik dat het heel duidelijk was dat Linda allerlei dingen vroeg EN het helemaal geen probleem zou vinden wanneer iemand ‘neen’ antwoordde. Dan vraag je het toch gewoon aan iemand anders? Probleem opgelost!

Terwijl wij (ik?) het soms te lang uitstellen om iets te vragen en … wanneer we het uiteindelijk doen, het helemaal niet leuk vinden wanneer iemand dan neen zegt…

Tja, die Linda kon duidelijk haar ‘plan trekken’, ook al had ik aanvankelijk gedacht dat ik een beetje voor haar moest zorgen…

Kan jij ook iets leren van Linda?

Dan lees ik het graag in de comments. ;-D

(*Linda is niet haar echte naam ;-D)

Ook dit is assertiviteit… Het gaan niet om regeltjes en formules: neen… het gaat eerst en vooral over mindset…
Wil je hier meer mee? Schrijf je dan in voor de (voorlopig alleen Engelstalige)
online assertiviteitscursus.
Heb je hulp nodig voor een specifieke situatie? Boek me dan voor een
individuele sessie. 

(Photo van Raphael Ferraz op Unsplash)

0 replies

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *